Voorbeeldbedrijf Jan en Lisanne Oskam uit Leusden

Voorbeeldbedrijf Jan en Lisanne Oskam uit Leusden

Te midden van de uitgestrekte bossen van landgoed Den Treek in Leusden, melken Jan en Lisanne Oskam op hun ‘Wellom’ geheten boerderij ruim honderd koeien. Zij zijn een van de drie bedrijven die meedoen aan het Project Voorbeeldbedrijven Energieneutrale Melkveehouderij. Vijf jaar geleden bouwden ze een nieuwe, duurzame stal. Op de groei, met ruimte voor 120 koeien, én met zonnepanelen op het dak. In de nieuwe stal kwamen twee Lely-melkrobots. De elektriciteit die hiervoor nodig is, wordt deels duurzaam opgewekt door de zonnepanelen met een capaciteit van 13.000 kWh die Oskam dankzij een subsidie in het kader van de Stimulering Duurzame Energieproductie-regeling (SDE) kon aanschaffen. Daarnaast investeerde hij ook in warmwaterterugwinning, een frequentieregelaar op de vacuümpomp en een energiezuinige koelmotor. ‘Toch is mijn stroomverbruik flink toegenomen ten opzichte van de oude stal, waarin we 85 koeien molken’, analyseert hij bij aanvang van het traject. Dat hij de komende jaren als voorbeeldbedrijf (studie)groepen op het erf krijgt, vindt de veehouder geen probleem. ‘Daar zijn we aan gewend: met haar bedrijf Farm Visit verzorgt Lisanne al regelmatig rondleidingen. Ik kijk ernaar uit om mijn bedrijf energiezuiniger te maken, en deel mijn ervaringen graag met anderen.’

Het Project Voorbeeldbedrijven bestaat uit drie fases.
1) Eind 2016 is gestart met het meten van het energieverbruik (gas, elektra en diesel).  Aan de hand daarvan stelt de melkveehouder met ondersteuning van deskundigen een besparingsplan op.
2) In de tweede fase worden energiebesparingsmaatregelen uitgevoerd en het effect daarvan wordt gemeten.
3) In de derde fase onderzoeken we of er mogelijkheden zijn om op het bedrijf zelf duurzame energie op te wekken en bekijken we met welke maatregelen het bedrijf energieneutraal kan worden.
Het project bevindt zich in de eerste fase.

Welke verwachting had Jan Oskam voorafgaand aan de metingen?
Al hun goede eigenschappen ten spijt, zijn de melkrobots ongetwijfeld de grootste energieslurpers, voorspelde Oskam. Daarnaast noemde hij de kleine mestrobot, de koeborstels, de ventilatoren in de stal, de stalverlichting en de bronwaterpomp. ‘Ik betaal ieder jaar 10.000 euro aan elektriciteit. Dat is een cent per liter melk. Door aan het project deel te nemen, hoop ik dat bedrag structureel te verlagen, dankzij inzicht in mijn energieverbruik én in het verlengde daarvan, bruikbare maatregelen om het verbruik terug te dringen.’ Vijf jaar na de ingebruikname van de nieuwe stal is het volgens Oskam te vroeg om de twaalf conventionele stallampen al te vervangen door duurzamere alternatieven. Andere ideeën om het stroomverbruik terug te dringen had hij wel: zo zouden de koelmotor en de compressor minder energie verbruiken als louter buitenlucht wordt aangezogen. ‘Het warme water waarmee de tank wordt gespoeld, kan volgens mij ook efficiënter van de boiler naar de tank worden gebracht. En de isolatie van de leidingen laat nog te wensen over. Het zijn maar kleine maatregelen, maar bij elkaar opgeteld leveren ze misschien toch een paar procent energiewinst op.’

Diesel
Oskam was bij aanvang niet alleen nieuwsgierig naar het stroomverbruik, maar ook naar het dieselverbruik op het bedrijf. ‘Dat is voor mij een blinde vlek: ik denk er pas aan als ik moet tanken en ik heb geen idee wat ik kan doen om zuiniger te rijden met de trekkers en de shovel. Ook daar proberen we achter te komen, door na iedere rit of klus bij te tanken. Dat is trouwens behoorlijk bewerkelijk. We hebben het laatst over de installatie van doorstroommeters gehad. Dat zou het meten van het dieselverbruik een stuk makkelijker maken. Dat er ook op dat gebied winst valt te behalen, daar ben ik van overtuigd.’

Fase 1: De meetresultaten
In oktober 2016 zijn tussenmeters geplaatst op het bedrijf. Per apparaat kan Oskam nu het stroomverbruik nauwkeurig meten.  Bij de meetresultaten van half oktober tot half december valt het hoge verbruik van de verlichting op (zie grafiek). De eerste metingen vonden plaats in de herfstperiode waarin de verlichting het meest gebruikt wordt. Het gemiddelde verbruik van de verlichting over het hele jaar zal iets lager liggen.

* Wordt gekozen voor een lichtniveau van 120 lux dan neemt het elektriciteitsverbruik toe van 4 naar 6 kWh/1.000 kg melk in de optimale situatie.
** AMS = automatisch melksysteem

‘Zoals het er nu naar uitziet, is de verlichting na de melkrobot en compressor de grootste energieslurper. We bekijken wat de mogelijkheden zijn om het stroomverbruik terug te brengen.’Oskam gaat binnen het project onderzoeken of hij door de aanschaf van ledverlichting energie kan besparen. Een belangrijke vraag daarbij is of die investering binnen een redelijke termijn kan worden terugverdiend. ‘Een alternatief is om er een aantal lampen tussenuit te halen’, zegt hij. ‘We hebben overdreven veel verlichting in de stal. Verder hebben we twee lampen boven de strohokken hangen. Die zou ik alleen kunnen aanzetten als dat nodig is. Nu schakelen ze nog met de andere verlichting mee.’ Het streven is om zo dicht mogelijk bij het verbruik van ruim 40 kWh/1.000 kg melk te komen (Dat is het verbruik dat in de praktijk haalbaar is op een bedrijf met een automatisch melksysteem).

Thema's