Masterclass kringlooplandbouw: hoe de overheid agrariërs vooruit kan helpen

Masterclass kringlooplandbouw: hoe de overheid agrariërs vooruit kan helpen

‘Samenwerken voor meer effectiviteit van beleid en voor meer overzicht voor de boer’ was de conclusie van de masterclass kringlooplandbouw voor beleidsmedewerkers in de provincie Utrecht. Op dinsdag 14 mei kwamen vertegenwoordigers van de provincie en vier waterschappen (HDSR, WRL, Waternet, Vallei & Veluwe) bij elkaar voor een praktijksessie over kringlooplandbouw.

De masterclass is georganiseerd vanuit POP3 project ‘Kringlooplandbouw van A naar Beter’ gefinancierd door de provincie Utrecht en de Europese Unie.

Frank Verhoeven van Boerenverstand presenteerde de laatste ontwikkelingen op het gebied van kringlooplandbouw, en ging daarbij in op de visie van minister Schouten en zijn bijdrage hier aan. Wat vooral opviel is dat kringlooplandbouw helemaal niet nieuw is. In Utrecht-Oost doen boeren al meer dan 10 jaar mee aan verschillende kringloopprojecten. De data die tijdens deze projecten werden besproken zijn nu vertaald in ‘indicatoren’. Die worden bijvoorbeeld door FrieslandCampina gebruikt om integraal te verduurzamen. Dus niet alleen uitblinken op een lage ammoniakuitstoot of veel natuurbeheer, maar tegelijk ook bijdragen aan alle andere duurzaamheidsthema’s zoals stikstof, bodemoverschot, weidegang, eiwit van eigen land en CO2 emissie. ‘Waarom is dit allemaal nodig als je ook gewoon biologisch kunt worden’ vroeg iemand in de zaal zich af. Verhoeven geeft hierop aan dat biologisch niks zegt over milieubelasting of verduurzaming van een bedrijf. ‘We zien biologische bedrijven met hogere krachtvoergiften dan het gemiddelde gangbare bedrijf. Dit zorgt vervolgens voor grotere stikstofverliezen naar oppervlaktewater en lucht’.

Daan Heurkens van Boerenverstand onderbouwt het verder met cijfers van bijna 100 bedrijven die over een periode van 10 jaar zijn verzameld. Wat Daaruit blijkt dat de gevoerde hoeveelheid krachtvoer en het eiwitgehalte van het melkkoeienrantsoen grotendeels de milieubelasting bepalen. Een boer die hier mee aan de slag gaat, kan er ook nog eens geld mee besparen. Conclusie van de ochtend is dat bij bedrijven gekeken moet worden naar het totaal stikstofoverschot, en niet alleen maar naar ammoniak en waterkwaliteit, zoals het huidige beleid doet.

Tijdens het middagprogramma haakte Guus van Laarhoven van FrieslandCampina hierop in. Friesland Campina stimuleert leden om  over de volledige breedte te verduurzamen. Om dit te realiseren worden beloningssystemen ontwikkeld zoals het ‘Planet Proof’ keurmerk. Door samen te werken met provincies en waterschappen en te sturen op dezelfde duurzaamheidsprestaties wordt voor de boer duidelijkheid gecreëerd en kan meer effectiviteit worden behaald. Guus van Laarhoven nodigde de deelnemers dan ook van harte uit om hiermee samen te werken.

De masterclass werd afgesloten met een praktijkonderdeel: een workshop om de opgedane informatie te verwerken tot handelingsperspectief. Deelnemers werden uitgedaagd om na te denken over verschillende thema’s zoals een integrale aanpak om stikstof en fosfaatverliezen uit de kringloop te kunnen voorkomen, het stimuleren van grasland, een integrale bodemaanpak en de bijdrage aan het werkplezier van de boer. Na twee rondes discussie werden een aantal conclusies breed gedeeld:

  • De transitie van de landbouw begint bij de bodem. Of je het nu hebt over kringlooplandbouw, circulaire landbouw of natuurinclusieve landbouw, alles begint bij een gezonde bodem.
  • Diensten van de overheid moeten worden opgesplitst in een front- en backoffice. De frontoffice kan het accountmanagement naar de boer oppakken en op die manier regelgeving verklaren of doorverwijzen naar de juiste afdeling. De backoffice focust zich op de integraliteit van het beleid.

Je bereikt je doel niet als je de agrariër niet mee krijgt. Dit is complex want een agrariër kan zich niet uitsluitend richten op de maatschappelijke doelen. Er moet ook brood op de plank komen. ‘De relaties met de overheid zijn uitermate complex geworden,’ onderstreept Rutger Hennipman, melkveehouder van het gastbedrijf. ‘De kloof tussen boer en burger is groot, maar de kloof tussen boer en overheid is nog veel groter’. De biologische melkveehouder probeert veel natuur- en weidevogelbeheer in te passen maar loopt hierbij tegen onnodig veel bureaucratie aan, wat kostbare tijd opslokt. Werk aan de winkel dus!

Gepubliceerd op

« Terug naar het nieuwsoverzicht