Veehouders experimenteren met bemesting in Proefpolder

Veehouders experimenteren met bemesting in Proefpolder

Hoe ver kun je nu teruggaan in je kunstmestgift op de veenweiden? En in hoeverre kun je sturen in de benutting van dierlijke mest? Een aantal veehouders in de polder Groot Wilnis-Vinkeveen gaat daarom zelf proeven aanleggen en meten onder begeleiding van PPP-Agro Advies en het Louis Bolk Instituut. Om daarmee hoogtegevoel te krijgen bij het effect van het verlagen van de kunstmestgift, het verdunnen van de drijfmest en het moment van aanbrengen van de mest.

 

“We verwachten dat een lagere stikstofgift leidt tot gras met een passender (lees lager) ruw eiwit gehalte”, aldus één van de melkveehouders.

Op die manier willen zij met kringlooplandbouw de mineralenbenutting en waterkwaliteit op polderniveau te verbeteren, als onderdeel van de Proefpolder Kringlooplandbouw. “Het is zoeken naar het optimum voor onze eigen grond en ons eigen bedrijf”, vervolgt een deelnemer. Te lage bemesting of te veel verliezen kunnen namelijk betekenen dat extra ‘bedrijfsvreemd’ voereiwit wordt aangevoerd om te compenseren. En een te hoog ruw eiwit gehalte in het rantsoen geeft een lagere koe-stikstof benutting, is ongezonder voor het vee en niet gunstig voor de milieuprestaties van het bedrijf. Aan deze milieuprestaties wordt mogelijk in de toekomst ook een financiële beloning gekoppeld.

Dat het veen veel stikstof en fosfaat levert aan het gras uit mineralisatie van organische stof is bekend. Daarom kan de kunstmestgift op de veenweiden vaak terug (zie Kunstmest in veenweide in de zomer overbodig) en kan op benutting van mest gestuurd worden. Maar dit is spannend, bijvoorbeeld voor de eerste snede wanneer de bodemmineralisatie nog niet zo hoog is. Hoeveel kun je minder strooien, en in hoeverre kun je de benutting van beschikbare mest verbeteren? Wat zijn dan de risico’s als het gaat om grasopbrengst en -kwaliteit?

Naast de proeven van de veehouders wordt in de polder een uitgebreid proefveld aangelegd. Hierin worden effecten van het verminderen en weglaten van kunstmest en een het verder verdunnen van drijfmest met water onderzocht. Zo wordt in dit proefveld specifiek gemeten aan de bodemlevering van mineralen en aan de benutting van bemesting. Verwachting is hiermee een vertaalslag te kunnen maken naar de bedrijven in de polder en breder. De eerste resultaten van het onderzoek worden in de loop van najaar 2019 verwacht.

Meer weten

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met Jeroen Pijlman van het Louis Bolk Instituut (j.pijlman@louisbolk.nl) of met Wim Honkoop van PPP-Agro (w.honkoop@ppp-agro.nl).

Samenwerking

De Proefpolder Kringlooplandbouw wordt mede mogelijk gemaakt door waterschap Amstel, Gooi- en Vecht, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling, de provincie Utrecht en de betrokken agrariërs.

Gepubliceerd op

« Terug naar het nieuwsoverzicht